Biografie

Klaas Kamphuis
Geboren 22 augustus 1960

Beeldhouwer /tekenaar
Van jongs af aan heb ik een passie gehad voor hout en de beelden die ik daarmee maken kan. Daarnaast is tekenen altijd de basis van mijn werk gebleven.

Na jarenlang grote, met kettingmotorzaag grof gezaagde, beelden te hebben gemaakt die in meerdere landen zijn tentoon gesteld heeft een hardnekkige elleboogblessure me ertoe gebracht me een aantal jaren volop te concentreren op het tekenen.
Vrijwel dagelijks maakte ik lange wandelingen in de natuur met mijn veld-tekenuitrusting. Altijd op zoek naar karakteristieke bomen, landschappen, bloemen of dieren: Kijken, observeren en dan vertalen, in houtskool op papier.
Niet de natuurgetrouwe weergave van het onderwerp is voor mij van belang, maar de lyrische weerslag daarvan in het tastbaar geworden, gekozen materiaal.
Door het onderwerp van zijn omgeving te isoleren ontstaan haast abstract geworden, subtiele houtskooltekeningen.
Hoe kan ik in zo weinig mogelijk lijnen dátgene vastleggen dat mij raakt?

De beelden die ik de laatste jaren maak zijn kleiner dan voorheen, maar even expressief.
Daarmee zijn deze twee aspecten van mijn kunstenaarschap bij elkaar gekomen:
Beelden en tekeningen verklaren en versterken elkaar.
In de beelden lijken het ongepolijste, de kracht van het hout en de constructie de uitdrukking te bepalen; terwijl dat in de tekeningen het subtiele, de directheid van het handschrift en de meestal aan de natuur ontleende onderwerpen zijn.
In al het werk, zowel het grote als het kleine, streef ik naar een lyrische abstractie, soms melancholisch, en krachtig in zijn subtiliteit.

Jeugd
Toen ik twee was gingen mijn ouders met mijn broer en mij vanuit Zwijndrecht verhuizen naar Zutphen naar het ouderlijk huis van mijn vader in de oksel van drie taluten: dat van het Twente kanaal, de spoorlijn Zutphen Winterswijk en de provinciale weg Zutphen Deventer.
Een tamelijk groot driehoekig stuk land rondom het huis was het paradijs van mijn jeugd. Daar tuinierden we en genoten van alles dat daar rondliep of vloog. Ongestoord konden wij daar hutten bouwen, zwemmen in het kanaal, kampvuren maken en kattenkwaad uithalen.
Iets ouder werd de hele IJsselstreek mijn territorium. Ik maakte eindeloze fietstochten en met de hond maakte ik lange wandelingen door de uiterwaarden om drijfhoutjes te zoeken. Daarbij gold de door mijzelf opgelegde beperking er slechts één te mogen meenemen naar huis.
Daar sneed ik uit de gevonden schat beeldjes; altijd gezichten met drie verschillende aanzichten: een treurig en een blij profiel en een front aanzicht dat beide kanten liet zien.

School
School was een ramp. Ik was woordblind. 40 fouten in een dictee van 8 zinnetjes.
Maar tekenen en handvaardigheid, dáár was ik goed in, dus dat werd mijn bastion.
Ik ging naar de grafische school en voelde me daar zo ongelukkig, door al die theoretische vakken waarin ik niet kon meekomen, dat ik in plaats van naar school in Utrecht, de trein nam naar Sneek om stiekem te gaan werken bij scheepsbouwer van der Meulen. Toen ik als zeventienjarige van school af ging werd dat mijn eerste baantje tot de tijd dat ik in dienst moest.
Daar verveelde ik me de hele dag op de timmerwerkplaats behalve ’s avonds als ik naar Den Bosch naar de artistieke schuit ging om tekencursussen te volgen. Mijn besluit stond vast: uit dienst ga ik naar de kunstacademie om beeldhouwer te worden.

Kunstacademie Kampen.
Als een volstrekt naïef groentje kwam ik in 1982 op de academie in Kampen.
Met alles van het leven moest ik nog kennis maken: de liefde en het liefdesverdriet, de drank, de film, de vriendschap en de kunsten.
Het was de tijd van het postmodernisme. In de meeste lessen lag het accent op het intellecueel verantwoorden van wat je maakte. Een terrein waarop ik me niet erg thuis voelde.
Mij raakte echter enorm de gastlessen van de Australisch/Britse beeldhouwer Nicholas Pope, Hij werkte op een groot landgoed en zocht daar zelf de bomen uit waaruit hij beelden maakte. Daarmee gaf hij als eerste richting aan mijn eigen werk.
Daarnaast waren daar de modeltekenlessen van Ada van Bunschoten. Bij haar tekenden we bewegende naaktmodellen. Ik leerde het moment te treffen en ging me toeleggen op het tekenen van paarden in de natuur.
Een andere belangrijke gastdocent was Krijn Giezen. Hij liet mij zien dat je alledaagse dingen uit je omgeving kunt optillen naar een beeldtaal; een van poëzie en verbeelding
In het derde jaar begon ik mijn eigen stijl van beeldhouwen te vinden: Ik bekantrechte de stam van een omgezaagde fruitboom, voorzag de delen met een kapmes van een ‘huid’ en verbond de delen tot ‘poort 1’ een werk waarmee ik op de academie direct aanzien verwierf. Dezelfde werkwijze paste ik daarna toe op meerdere poorten en diverse geabstraheerde paarden.
Zo studeerde ik af als veelbelovend beeldhouwer – tekenaar in 1987.

Start
Mede dankzij de voorspraak van docent Evert Hilgerman kon ik direct na mijn afstuderen deelnemen aan een aantal groepstentoonstellingen: In Heerde, Bussum, en Gelsenkrichen.

Oerol
Als eerbetoon aan de verdronken paarden van de reddingsbrigade van Ameland ontwierp ik een beeldengroep die ik aanbood aan het Oerolfestival.
Met de modelletjes ervan in mijn fietstas ging ik op zoek naar een sponsor voor het hout en het transport en vond deze in de persoon van Jan Kieftenburg, die door heel Nederland bomen omzaagt die moeten wijken voor woonwijken, wegen of spoorbanen. Bij hem op het erf kon ik komen werken, zijn heftrucks gebruiken en de stammen uit de stapels laten trekken die ik nodig had. Toen de paarden als bouwpakketten op de vrachtwagen lagen reed zijn bedrijf me vol trots, de bedrijfsvlag in top, de boot naar Terschelling op.
Daar moest ik in no time alles organiseren dat voor de plaatsing nodig was, kranen, graafmachines, medewerkers enz.
Mijn paarden kwamen te staan op het Groene Strand. Direct zichtbaar, al vanaf de pont, voor iedereen die het eiland naderde. Ze werden een groot succes en het beeldmerk van Oerol 1989. Enkele eilandbewoners raakten zo aan de paarden gehecht dat ze ze versleept hebben naar een weiland elders op het eiland waar ze nog jaren hebben gestaan.

Zagerij
Na afloop van het festival keerde ik terug naar Kieftenburg en maakte op het erf een aantal grote eikenhouten beelden die op meerdere plekken geëxposeerd werden. Ik woonde in een woonwagen en als tegenprestatie verrichtte ik hand en spandiensten voor het bedrijf.
Het was een toptijd. Maar geen van al deze successen leverden geld op.
Daarom werkten Kieftenburg en ik het plan uit om een zagerij te beginnen. Hij had immers de stammen, de loodsen en het geld om e.e.a. op te zetten en ik had de kracht en liefde voor het vak. Bovendien zou ik daar, in de overgebleven tijd, mijn werk als beeldhouwer kunnen doen met de fasciliteiten die het bedrijf te bieden had. Ik vond een oude zagerij in het oosten van het land en werkte, toen deze bij Kieftenburg was opgebouwd, bijna twee jaar met enorm veel plezier als zager.
Helaas bleken echter de twee zo verschillende mentaliteiten van Kieftenburg en mij elkaar op den duur slecht te verdragen. Het werd tijd om weg te gaan.

Internationaal
Ik schreef in op verschillende beeldhouwsymposia in het buitenland; maakte zo beelden in Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Griekenland en Japan en deed nog mee aan enkele groepstentoonstellingen in Nederland.

Werk in opdracht
In 1982 kwam ik in contact met De Groep van Steen, het bewegingstheatergezelschap van, nu mijn vrouw, Johanna van Steen. Zij maakte beeldend bewegingstheater altijd met een ruimtelijk object als uitgangspunt. Voor en met haar heb ik verschillende objecten ontworpen en gemaakt met als hoogtepunt het beeld ‘Oak’ een groot eikenhouten vierkant, gedeeltelijk ingegraven in het nieuwe land van IJburg in Amsterdam. Het beeld vormde het centrum van de voorstelling die zich afspeelde in een, speciaal voor deze productie ontworpen, tijdelijk theater door de beroemde architect Shigeru Ban.

Motto
Niet de natuurgetrouwe weergave van het onderwerp is voor mij van belang, maar de lyrische weerslag daarvan in het tastbaar geworden, gekozen materiaal.
In al het werk, zowel het grote als het kleine, streef ik naar een lyrische abstractie, soms melancholisch, en krachtig in zijn subtiliteit.

2015